dinsdag 2 april 2013

Stemmen



*Click here for English*


Ik ben de hele nacht op geweest met buikgriep.
Blijkbaar was het niet genoeg om mijn bot te breken,
 maar moest ik ook nog de ergste buikgriep ooit oplopen.


Het grootste deel van de ochtend heb ik op de bank liggen slapen.
Ik ga opzitten, een beetje beverig, en neem een slokje van mijn thee.
Eens kijken of ik dit binnen kan houden.
Als ik rechtop ga zitten schijnt de zon uitbundig door het raam.
Zul je net zien,
Ik verlang al weken naar zonneschijn, 
en nu ben ik te ziek om er van te genieten.


Ik kijk op en zie dat mijn ramen er smerig uitzien. 
Het zit vol met vettige handafdrukken en vage vlekken.
Ik weet niet eens zeker of wel ik naar een raam kijk.
 Een raam hoort toch doorzichtig te zijn?


Ik kijk eens goed om me heen.
De hele familie zit in de woonkamer. Mijn man is aan het strijken. 
Manden vol wasgoed omringen hem.
De eettafel is bedekt met stapels gevouwen was.
De glazen salontafel is vies en bedekt met speelgoed, papieren, borden, bekers.
Gewoonlijk is dit het moment waarop het gevoel van falen toeslaat.
Dit is het punt, waarop het zeurderige stemmetje in mijn hoofd me begint te beschuldigen.
Die stem is een stuk harder en hardnekkiger geworden sinds mijn val. 


Kijk naar al die rommel. Je bent zo'n mislukkeling.
 Jij wilde een groot gezin, maar je kan er niet eens voor zorgen. 
Jouw man moet een dag vrij nemen om voor de kinderen te zorgen, 
om voor jou te zorgen.
Waarom moest je eigenlijk zo nodig drie kinderen? 
Het was toch prima toen je er twee had?
Kijk naar die rommel. Kijk naar jezelf.


Ik ben een compleet zootje, terwijl ik zit op een bank
 die bestaat dekens, kussens en rond hangende kinderen.
Ik moet wel glimlachen.
Twee kinderen hebben zichzelf over de bank gedrapeerd  in de meest rare posities. 
Hun gezichten zijn een en al gelukzalige geconcentreerdheid. 
Ze zijn volledig verdwenen in de wereld waar hun boeken ze mee naartoe hebben genomen. 
Mijn man heeft muziek opgezet, vrolijke muziek.
Toch kan ik het gevoel van falen niet van me afschudden.


Dan kijk ik naar mijn kleintje, mijn Abigail. Ze danst.
Ze heeft haar ogen gesloten, 
ze wervelt in het rond, springt en gooit haar handen in de lucht.
 Ze draait en draait en valt tegen de deur aan.

Ik spring op om haar te beschermen, te troosten, op te vangen.

Maar ze danst alweer verder. 
Ik neem het in me op. Betoverd.
Mijn man vangt mijn blik op en glimlacht naar me.
Samen kijken we hoe ze danst. Mijn hart barst uit elkaar. 
Dat is wat ze bijdraagt aan dit huis, wat ze bijdraagt aan mijn gezin, 
aan mijn hart. 
Elk van ze verlicht mijn leven gewoon door er te zijn.
De zeurderige stem probeert te fluisteren, probeert me weer te vangen in een net van perfectionisme. 
Maar niets, niets kan het gevoel wegnemen van zingeving en rust dat over me heen komt.


Mijn man is hier omdat hij van me houdt, omdat hij van ons houdt. 
Ik ben geen last voor hem, ik ben zijn vrouw. 
Dit is waar een gezin om draait. 
Het gaat niet om schone ramen en opgeruimde kamers. 
Het gaat niet om het runnen van een goedlopende organisatie.
Drie kinderen is rommelig, drie kinderen is druk, maar drie kinderen is ook zegen. 
Drie keer de kusjes en de knuffels, drie keer de verwondering, drie keer de persoonlijkheden. 
Drie keer de wens vervuld om een moeder te worden. 

De zeurderige stem zwijgt. Het zal zijn lelijke gezicht een andere dag weer laten zien.

Maar vandaag is de stem verslagen.


(Ik schreef dit enkele weken geleden, gelukkig is de buikgriep allang weer voorbij.)

Er is een fout opgetreden in dit gadget